Hechtingsstoornissen
Hechtingsstoornissen / Geen-Bodem-Syndroom (GBS)
Wat ouders/verzorgers ervaren in de omgang met hun kind, je stopt er oneindig veel liefde, aandacht en zorg in, maar er komt bijna niets voor terug. De verschillende stadia in de ontwikkeling van het kind zijn voor ouders welhaast schokkend herkenbaar. Het tweestappen 'vooruit', weer één 'achteruit' en vaak zelfs het omgekeerde, wat voor ouders van deze kinderen vaak zo verschrikkelijk ontmoedigend is.
Elk kind is anders en bepaalde uitingsvormen zijn leeftijd gebonden.
Het geweten heeft alles te maken met tweezaamheid.
Er is een geweldig verschil tussen de opstelling in het gedrag van het kind binnen het gezin en daar buiten.
Bij de hulpverlener zit het kind er meestal vrolijk en ontspannen bij terwijl de ouders met name de moeder op de rand van een instorting balanceert.
Het kind schijnt er niet onder te lijden.
Deze
jongeren proberen zeker een split te drijven, om opvoeders tegen mekaar op te
zetten. Openheid, op een lijn met elkaar samenwerken en vertrouwen in
elkaar moet helpen. Het mag duidelijk zijn dat deze houding voor ouders
bijzondere moeilijkheden oplevert. Want in een gezin zijn alle relaties juist
gebaseerd op wederkerigheid. Voor de ouder gaapt de valkuil van het ingaan op de
relationele signalen van het kind. Zij zullen er op ingaan met de verwachting,
het tikkeltje hoop dat het nu anders zal zijn. Steeds meer totdat ze op zijn,
uitgeblust. Ze voelen zich burn - out maar ze kunnen het niet zijn want ze
blijven steeds verantwoordelijk voor hun kind. Ouders staan hiervoor de
moeilijke taak hun kind niet te willen blijven vast houden. Althans niet in de
klassieke betekenis. De eenzame en verbitterende strijd met het kind opdat het
toch ooit zou inzien dat ze het beste met het kind voor hebben, moet men
opgeven.
Met
bronvermelding: De kenmerken komen uit het boek '"Bodemloos bestaan -
Problemen met adoptiekinderen (inclusief een theoretische gedeelte) Uitg. Ambo,
Baarn 1987. ISBN 90-263-1703-4.) nieuwe editie.
Bron: http://www.deknoop.org/
Literatuur
Boeken
Hieronder een aantal boeken die wij van harte aan kunnen bevelen.
Ze zijn te verkrijgen in de boekhandel.
Dr.
G. de Lange, Relatiegestoorde kinderen
Twee opvoedingswijzen bij hechtingsstoornissen
2002, Van Gorcum
ISBN 90 232 3800 1
Dit
boek is een geactualiseerde en sterk uitgebreide versie van het eerder bij Van
Gorcum verschenen Hechtingsstoornissen. Orthopedagogische behandelingsstrategieën
van Dr. G. de Lange. De titel van het boek is gewijzigd om het relationele
aspect van de hechtingsstoornis te benadrukken.
De auteur heeft als orthopedagoog jarenlang met fundamenteel relatiegestoorde
kinderen gewerkt. Op basis van zijn ervaringen heeft hij de in dit boek
beschreven opvoedingswijzen
ontwikkeld om ouders, onderwijsgevenden en hulpverleners toe te rusten om deze
kinderen te helpen uit hun isolement te komen. De eerder door de auteur geïntroduceerde
opvoedingswijzen zijn inmiddels toegepast en in dit boek wordt daarvan verslag
gedaan.
Relatiegestoorde kinderen is onder meer bedoeld voor medewerkers van de
eerstelijnsgezondheidszorg, voor diagnostici en voor hulpverleners die kinderen
met
gedragsproblemen in hun praktijk krijgen. Ook is het bedoeld voor
onderwijsinstellingen, zowel basis- als speciaal onderwijs, waar het van groot
belang is dat fundamenteel relatiegestoorde kinderen adequate begeleiding
krijgen.
Tevens is het boek belangrijk voor iedereen die met de pleegzorg of de adoptie
van deze kinderen te maken krijgt en voor diegenen die verantwoordelijk zijn
voor de opvoeding van deze kinderen in tehuizen en inrichtingen.
Dr.
G. de Lange,
Hechtingsstoornissen,
orthopedagogische behandelingsstrategieën
1991, Dekker & van de Vegt,
Assen
ISBN 90 255 0064 1
´Als orthopedagoog werkte de auteur jarenlang met hechtingsgestoorde kinderen. Vanuit deze ervaring heeft hij de in dit boek beschreven methode ontwikkeld om deze kinderen beter te kunnen begrijpen en ze thuis, op school of in de hulpverlening uit hun isolement te helpen.´
Dr.
G. de Lange, Leren wandelen aan Vaders hand,
christelijke opvoeding: theorie en praktijk.
1997, Buijten
& Schipperheijn, Amsterdam
ISBN 90 60 64 917-6
´Deze
uitgave wil een bijdrage leveren aan de algemene theorie en praktijk van de
christelijke opvoeding. Het attendeert op de vele positieve mogelijkheden die
ouders en opvoeders hebben, maar ook op de negatieve gevolgen van bepaalde
manieren van opvoeden.´
Frank
Matthijsen (pseud. voor G. de Lange), Zand in je eten,
Hoe kinderen onuitstaanbare mensen kunnen worden.
1991, Dekker
& van de Vegt, Assen
ISBN 90 255 0063 3
´Een bundel korte, eerlijke levensverhalen over onmacht, angst en vrees. Over het gevoel als kind niet opgenomen te zijn in de wereld om je heen. Over het weten dat men je niet hoeft, dat je het zand bent dat iedereen zo verafschuwt.´
Geertje
van Egmond: Bodemloos bestaan,
Problemen met adoptiekinderen
Vijfde herziene druk, Ambo, Amsterdam
ISBN 90 263 1703 4
Het Geen-Bodem-Syndroom I
‘Bodemloos
bestaan’ bestaat uit twee delen. Het eerste deel bevat het indringende verhaal
van een gezin met een buitenlands adoptiekind, Isabel. In de loop van de tijd
wordt steeds duide-lijker dat zij emotioneel diep beschadigd is en niet meer in
staat om een gezonde hechting aan te gaan. Isabel vertoont ernstige
gedragsstoornissen die een ontwrichtend effect hebben op het dagelijks leven in
het gezin. Deze handicap heeft van Egmond benoemd als het Geen-Bodem-Syndroom.
Deze term heeft inmiddels overal ingang gevonden.
Het gezin komt door Isabel onder grote druk te staan en wanneer de
gebeurtenissen plotseling in een stroomversnelling raken moet Isabel worden
opgenomen in een instelling voor kinder- en jeugdpsychiatrie. Toch houdt het
gezin het contact met haar in stand, en langzamerhand
gloort
er
een
spoortje hoop.
In het tweede deel wordt het Geen-Bodem-Syndroom theoretisch uitgewerkt en
worden de uitingen ervan systematisch verklaard. Het richt zich met name tot
ouders, hulpverleners en leerkrachten. Sinds zijn verschijnen in 1987 heeft
‘Bodemloos bestaan’ veel losgemaakt, zowel bij ouders als in de
hulpverlening. Ook de ouders van biologisch eigen kinderen met hechtings-,
gedrags- en ontwikkelingsstoornissen herkennen veel in de beschrijving van het
syndroom.
In deze vijfde herziene druk is alleen het hoofdstuk ‘Het ideale
adoptiegezin?’ herschreven. Verder is deze druk in grote lijnen identiek aan
de vorige.
Geertje
van Egmond: Verbinding verbroken
Adoptie in adolescentie
2001, Tweede herziene druk.
Uitgebreide editie met nieuw theoretisch deel,
Ambo, Amsterdam
ISBN 90 263 1702 6
Het
Geen-Bodem- Syndroom II
Het
eerste deel van ‘Verbinding verbroken’ beschrijft de volgende aangrijpende
fase in de geschiedenis van Isabel en haar familie en is uiteraard
gelijkgebleven aan de eerste druk.
Het tweede deel van het boek bestaat uit een uitgebreid theoretisch deel onder
de titel ‘Het
Geen-Bodem-Syndroom II’.
De
essentie van het syndroom wordt hierin verder uitgediept. Ook wordt uitvoerig
ingegaan op eventuele overeenkomsten en/of verschillen met andere ontwikkelings-
en gedragsstoornissen bij kinderen en jeugdigen die tegenwoordig vaak
‘bodemloos’ worden genoemd.
Verder bevat dit deel praktische ideeën en tips voor allen die met deze
handicap worden geconfronteerd. Deze inzichten kunnen ouders, leerkrachten,
hulpverleners en (opgroeiende) kinderen nu en later helpen om beter te leren
leven en omgaan met het Geen-Bodem-Syndroom.
Tenslotte formuleert Geertje van Egond haar visie op een verantwoorde wijze
waarop adoptie zou kunnen plaatsvinden.
Aletha
J. Solter: De taal van huilen
Positief omgaan met huilen en boosheid van baby´s
en kinderen tot 8 jaar
1998, De Toorts
ISBN 90 6020 786 6
´Dit revolutionaire boek biedt de mogelijkheid tot een betere, diepere relatie met kinderen te komen. Het boek geeft inzicht in de redenen waarom kinderen huilen en boos zijn en leert ons hoe we daar het best op kunnen reageren.´