Waarom doet mijn kind zo moeilijk Peter Prinzie 

Moeilijk gedrag begrijpen, efficiënt straffen en belonen. Uitgeverij Lannoo ISBN 90-209-5530-6

Vormen van agressie

De geëxternaliseerde vorm van agressie

De geïnternaliseerde vorm van agressie

Agressie bevorderende factoren:

Interculturele invloeden

  1. Harde disciplinerings praktijken
  2. Gebrek aan warmte
  3. Aanwezigheid van agressieve modellen (buurtruzies e.d.)
  4. Waardering voor agressie (opvatting: sla er maar op)
  5. Invloed van stressoren.
  6. Sociaal isolement.
  7. Onstabiele groep van leeftijdsgenoten.
  8. Gebrek aan cognitie stimulatie.

De diepere oorzaak van agressieve stoornissen is er niet bij te horen.

Aanleg en gedragskenmerken
Er is dus sprake van een biologische aanleg.
          factoren die van belang zijn:
De rijping van het centrale zenuwstelsel, vanaf de foetustijd.
          Een verhoogde productie van androgene hormonen (testosteron)
Temperament 
 
Omgeving
Zelfbeeld
          Morele ontwikkeling
Gezinssituatie
          Andere relaties met de buitenwereld
         
Interactie tussen aanleg en omgeving
Aanleg en omgeving werken negatief op elkaar in

Wat kunnen we doen als we dit signaleren?

STAP 1. Het gedrag in beeld brengen.

Zeer nauwkeurig de situatie observeren waarin dit gedrag zich voordoet. 

Frequentie: Hoe vaak komt dit gedrag voor.

Duur: Hoe lang duurt het niet gewenste gedrag.

Omvang: Hoe ernstig schat u het probleem in.

Wat ging er aan het gedrag vooraf.

Wat is het gevolg (winst en verlies) voor het kind en de omgeving.

STAP 2. De oplossingskeuze bepalen.

A. Zelf oplossen:

Komen tot gezamenlijk inzicht in het gedrag.

Gedragsafspraken maken en het kind er aan houden, zelf het goede voorbeeld geven, consequent het goede gedrag belonen en het verkeerde gedrag negeren of bestraffen. Kijken in hoeverre het gevolg van de agressieve daad en de situatie eromheen van invloed is op het voortduren van het gedrag. Dit met het kind bespreekbaar maken.

B. Hulp van buitenaf:

Kiezen voor begeleiding zoals orthopedagoog, psycholoog, maatschappelijk werk, schoolbegeleiding, arts, kinderpsychiater.

Bekende test: NPVJ en SVL en diverse vragenlijsten, af te nemen door een deskundige. 

Vragen ten behoeve van de diagnostiek van de geëxternaliseerde gedragsstoornis

Denkt het kind irrationeel.

  1. Het stellen van dwingende eisen t.a.v. zichzelf of anderen.
  2. Rampdenken. (situaties als verschrikkelijk beoordelen)
  3. Niet kunnen omgaan met tegenslag.
  4. Je waarde als mens niet op de juiste wijze kunnen inschatten. (zelfoverschatting)

Vragen ten behoeve van de diagnostiek van de geëxternaliseerde gedragsproblemen

 

De theorieën achter agressie

Freud: aangeboren drift. Sexuele drift zou opbouwend zijn en agressie is destructief. Ontlading geeft een gevoel van opluchting. In onze samenleving wordt dit beperkt toegestaan. Sublimering is nodig.

Frustratie-agressie hypothese: Frustratie kan tot agressie voeren. Frustratie voorkomen betekent dus ook het voorkomen van agressie.

De sociale leertheorie: Agressief gedrag is aangeleerd gedrag dat beloond wordt en daardoor vaker optreedt.

De sociaal-cognitieve benadering: De uitleg van de persoon zelf over de situatie leidt tot agressief gedrag. (de R.E.T. methode)

Deze theorieën leiden allen tot een andere benadering van bovenstaande problematiek