Dissociatieve stoornissen
Dissociatie wordt in de psychiatrie gedefinieerd als het verbroken raken van
normaal geïntegreerde functies van identiteit, geheugen of bewustzijn. Een ander
definitie (Hilgard) beschrijft dissociatie als het verschijnsel dat de
continuïteit van de persoonlijke ervaringen en gedragingen is verminderd of
verbroken.
Bekende voorbeelden van dissociatie zijn: dagdromen, ergens mee bezig zijn
zonder er met de gedachten bij te zijn. Direct na het overlijden van een
dierbaar iemand of direct na een verkeersongeval is het heel gewoon dat men in
een soort verdovingstoestand (trance) uiterst adequaat handelt, zonder een
emotie te voelen. Ook dat is een vorm van dissociatie, een tijdelijke
ontsnapping aan de realiteit. Achteraf komen de emoties los en weet men soms
niet meer precies wat men gedaan heeft of wat er allemaal gebeurd is.
Onderzoek heeft uitgewezen dat de oorzaak, bij de overgrote meerderheid van de
dissociatieve stoornissen, is gelegen in traumatische ervaringen.
Voorkomen
Dissociatieve stoornissen komen circa vijfmaal vaker voor bij vrouwen.
De oververtegenwoordiging van vrouwen
zou te maken kunnen hebben met erfelijke of culturele factoren die vrouwen
predisponeren tot dissociatief gedrag, een groter risico dat vrouwen lopen om
getroffen te worden door lichamelijke en seksuele mishandeling of
onderdiagnostiseren bij mannen.Er wordt wel vermoed dan mannen met
dissociatieve stoornissen meer dan vrouwen geneigd zijn tot crimineel gedrag.
Zij zouden daardoor eerder met justitie dan met hulpverleners in aanraking
komen.
Classificatie
In de
DSM IV-TR worden vijf
dissociatieve stoornissen onderscheiden:
| Dissociatieve amnesie (vroeger psychogene amnesie) | |
| Dissociatieve fugue (vroeger psychogene fugue) | |
| Dissociatieve identiteitsstoornis (vroeger meervoudige persoonlijkheidsstoornis) | |
| Depersonalisatiestoornis | |
| Dissociatieve stoornis niet anderszins omschreven |
Stoornissen geassocieerd met dissociatie
Er zijn enkele stoornissen die niet als dissociatieve stoornis te boek staan,
maar wel sterk door dissociatieve fenomenen gekenmerkt worden:
1.
Posttraumatische stress-stoornis
2. Acute stress-stoornis
3. Somatoforme dissociatieve stoornissen
4. Kortdurende reactieve psychose
Er zijn psychosen beschreven die primair dissociatief van aard zijn, ontstaan in
reactie op traumatische gebeurtenissen en een langdurig karakter hebben.
Er zijn dan gedissocieerde toestanden van bewustzijn,
geheugen of identiteit tot ontwikkeling gekomen.
Vragenlijsten
Niet iedere patiënt met dissociatieve symptomen heeft ook een dissociatieve
stoornis. In het algemeen geldt wel dat naarmate patiënten meer, of meer grotere
frequentie, dissociatieve symptomen hebben, de kans op het bestaan van een
dissociatieve stoornis of van een stoornis die geassocieerd wordt met
dissociatie, groter is. Maar ook in geval van frequent optredende dissociatieve
symptomen hoeft er nog geen sprake te zijn van een stoornis zoals omschreven in
de DSM IV.
Er bestaan een aantal vragenlijsten om de ernst en frequentie van dissociatieve
symptomen bij een patiënt vast te stellen. Ze zijn bedoeld als hulpmiddel voor
een professionele hulpverlener en duidelijk niet bedoeld als een diagnostisch
instrument.
| 1. | Dissociative Experience Scale (DES) |
| 2. |
Dissociation Questionnaire (DIS-Q) Betrouwbare dissociatievragenlijst met 63 items. Meet dissociatie aan de hand van vier subschalen: Identiteitsverwarring en -fragmentering, Controleverlies, Amnesie, Verhoogde concentratie/absorptie. |
| 3. |
Somatoform Dissociation Questionaie (SDQ) Zelfbeoordelings-vragenlijst met 73 items |
| 4. |
Structured Clinical Interview for DSM IV
Dissociative Disorders (SCID-D) Semi Gestructureerd diagnostisch interview |
| 5. |
Dissociative Disorder Interview Schedule (DDIS) Gestructureerd diagnostisch interview |
Behandeling
Psychotherapie,
traumaverwerking. Met name de dissociatieve identiteitsstoornis is een vrij
ernstige aandoening, die vaak intensieve psychotherapie vereist.
Bron o.a. http://www.hulpgids.nl/ziektebeelden/dissociatie.htm