Autisme
Definitie: Een stoornis in het autistisch spectrum Pervasieve
ontwikkelingsstoornis. (Zie POS)
(prikkelverwerkingsstoornis )
Symptomen:
Kwalitatieve
beperking van de wederkerige sociale interactie (het ontbreken van
inzicht en vaardigheden in sociale en emotionele interactie, geen
adequate communicatie).
Kwalitatieve
tekortkoming van communicatie (moeite met onderhouden van
gesprekken, stereotiepe taal, weinig wederkerigheid in communicatie)
en tekortkoming van verbeeldend vermogen (geen doen-alsof en
imitatief spel, of juist geen grenzen tussen werkelijkheid en
fantasie).
Stereotiepe
onderwerpen, fixaties op voorwerpen/handelingen, stereotiepe
handelingen (b.v. fladderen)
Rigide, weinig
flexibiliteit, buitensluiten van prikkels, beperkte interesses en
activiteiten.
De zintuiglijke
waarneming kenmerkt zich door het blijven steken in een vroeg
ontwikkelingsstadium (ruiken, proeven, tasten).
Extreme, schijnbaar
onlogische angsten
Andere manier van
informatieverwerking (zakelijk, zonder na te denken over
bijbehorende gevoelens en emoties).
Non-specifieke
kenmerken: slaapproblemen, drift en gilbuien, zelfverwondend
gedrag. Probleemgedrag is een signaal dat de omgeving onduidelijk
is.
Mogelijke oorzaken:
aangeboren
Mogelijke prognose:
De stoornis kan niet verholpen worden. Wel kunnen deze mensen bepaalde
vaardigheden leren, zodat ze makkelijk met de stoornis om kunnen gaan en
beter kunnen functioneren in hun omgeving. Vaak zal echter ook de
omgeving aangepast moeten worden.
De mate van functioneren is afhankelijk van een aantal factoren:
intelligentie (IQ > 70 geeft een redelijke kans), organische factoren
(hersenbeschadiging), op gang komen spraak-/taalontwikkeling, ernst van
de symptomen, leeromgeving (structuur, duidelijkheid).
Handelingsvoorstellen:
Structuur
aanbieden, zodat het kind de omgeving kan volgen, situaties worden
voorspelbaar en hij krijgt grip op de situaties. Het helpt om de
structuur te visualiseren.
Deze kinderen
hebben veél moeite met de taal. Visueel zijn ze sterker.
Structuur in de
ruimte door een overzichtelijke ruimte met niet te veel
materiaal.
Structuur in de
tijd d.m.v. een dagprogramma, weekprogramma, enz.
Structuur in
activiteiten d.m.v. kleine stapjes, goed klaarzetten,
overzichtelijk en evt gebruik maken van mandjes.
Structuur in de
persoon, consequent en helder zijn in gedrag en verwachtingen.
Communicatietraining:
het kind de niveau's van communicatie leren, vaardigheden leren om
contact te maken en situaties verduidelijken. Zelf op een basaler niveau
communiceren en zo eenduidig mogelijk, dus duidelijk en concreet.
Het kind een eigen plekje geven (b.v. tafel) zodat hij daar altijd op
terug kan vallen. 'Die omgeving is duidelijk en bekend.
De motivatie om te leren moet van buitenaf aangebracht worden. Ze zetten
zelf die stap niet. Aanleren m.b.v. beloningssysteem werkt het beste.
Gedrags kenmerken
Autistische kinderen zijn in zichzelf gekeerd.
Ongelijk profiel van vaardigheden: taalvaardigheden, sociale vaardigheden en verbeelding zijn veel minder en ongewoner ontwikkeld dan motorische vaardigheden en visueel onderscheidings vermogen.
Het horen en zien en het geheugen kunnen goed ontwikkeld zijn.
Zelfbewust zijn is gering.
Autistische kinderen vertonen vaak gedragsherhalingen.
Moeite met gedragsregels eigen te maken.
Grote behoefte aan herhalen.
Gehechtheid aan bepaalde voorwerpen kan extreem zijn.
Ze kunnen vreemd reageren op zintuiglijke prikkels
Het oogcontact kan verstoord zijn
Wederkerigheid in de relatie ontbreekt
Gedeelde aandacht kan vertraagd op gang komen
Autistische kinderen hebben een gebrek aan inzicht in andermans gevoelens en gedachten
Egocentrisch: ze kunnen b.v. geen geheim bewaren (verplaatsen in de ander)
60% van de autistische mensen zijn zeer zwak begaafd
20% zijn zwak begaafd
20% heeft een IQ > 70 (Dit profiel voldoet dan aan de normen voor leerweg ondersteunend onderwijs)