Behandeling Agressief gedrag
Agressie bevorderende factoren:
- Autoritaire omgeving. (geen overleg situaties)
- Klimatologische omstandigheden. (hitte)
- Lawaai
- Populatiedichtheid
- Statusverlies
- Verhoogd activeringsniveau (na drank, drugs, seksuele opwinding)
Interculturele invloeden
- Harde disciplinerings praktijken
- Gebrek aan warmte
- Aanwezigheid van agressieve modellen (buurtruzies e.d.)
- Waardering voor agressie (opvatting: sla er maar op)
- Invloed van stressoren.
- Sociaal isolement.
- Onstabiele groep van leeftijdsgenoten.
- Gebrek aan cognititie stimulatie.
De diepere oorzaak van agressieve stoornissen is er niet bij te horen.
Doel van behandeling van agressief gedrag
- De hulp richt zich op het verminderen van onaangenaam gedrag en het
aanleren van nieuwe vaardigheden.
- Het verzachten van het persoonlijk lijden van kind en omgeving.
- Het verbeteren van persoonlijke sociale vaardigheden van kind en omgeving.
Stappen in de opbouw van een behandelingsstrategie
voor agressief gedrag (volgens J. van Acker)
- Een duidelijke identificatie van de variabelen, die
kinderen in risico situaties brengen.
- Kijken naar de opvoedingssituatie.
- Vorm van agressieve gedragingen.
- Sociale verwerping van leeftijdsgenoten en omgeving.
- Identificatie van processen die hebben geleid tot de
risicovolle situatie.
Behandeling van faalangst
- De didactische benadering.
Het opbouwen van een reëel beeld van de bekwaamheid
van een kind. Na uitleg van leerstof, mogelijkheden tot oefening geven,
voordat er getoetst wordt. Duidelijk de taakaspecten, doel, voorkennis en
oplossingsweg controleren. Er voor zorgen dat de attributies (de redenen waaraan
je succes toeschrijft) van het kind afgestemd zijn op de situaties. Interne
stabiele attributies zijn belangrijk.
- De pedagogische benadering.
Het kind moet het gevoel krijgen, dat hij ongeacht de
prestaties de moeite waard is. Begeleiding van de thuissituatie is van belang.
Behandeling via een RIAGG.
School: faalangstreductie training.
- Prestatiemotivatie en Faalangst
Een optimale prestatiemotivatie ontstaat, bij een
combinatie van hoge prestatiemotivatie en lage faalangst.
Een actief faalangstige motivatie ontstaat bij een
combinatie van hoge prestatiemotivatie en hoge faalangst.
Een passief faalangstige motivatie ontstaat bij een
combinatie van lage prestatiemotivatie en hoge faalangst.
De apathische motivatie ontstaat bij een combinatie van
lage prestatiemotivatie en lage faalangst.
- Kijken naar hechtingsgedrag.
- Disciplinering.
- Sociale vaardigheid.
- Vaststellen welke interventie is nodig om de
gedragsproblematiek op te lossen.
- Relatie met het kind te verbeteren. (modeling)
- Ondersteuning van de disciplinering.
(beloningssysteem, gedragscontract)
- Sociale vaardigheden aanleren.
- Vaststellen wat de effecten van de interventie
teweegbrengt.
- Observatie.
- Navragen.
- Vaststellen of het risico voor het kind op
gedragsproblemen verminderd is.
- Longitudinaal onderzoek. (Tijdens het leven van het
kind meetpunten aanbrengen)
Behandeling (volgens Delfos)
- Medicatie
- Het stimuleren van de ik-ander differentiatie, via
verwoorden van gedachten en gevoelens kan de ik-ander differentiatie worden
ontwikkeld. Sport en spel zijn hierbij belangrijke middelen.
- Het omgaan met anderen in sociale situaties.
(Sociale vaardigheidstraining)
- Gedragscontracten opstellen.
- Oefenen in empathie.
- Leren omgaan met leeftijdsgenoten.
- Stimuleren van de morele ontwikkeling.
- Preventie van de toestand van verlaagd bewustzijn
waarin verveling optreedt.
- Structuur op basis van binding.
- Agressie bestrijding.
- Stimuleren om gedachten en gevoelens onder woorden
te brengen.
- Aanbieden van Ego-hulp.
Als de symptomen het gevolg zijn van een
gedragsprobleem. D.w.z. dat de problemen terug te herleiden zijn tot problemen
in de psychologische- of pedagogische relatie, dan is het belangrijk om de
omgevingsfactor vast te stellen, dus wat is er met de omgeving van het kind aan
de hand, waarna hulp aangeboden kan worden.