|
D.C.D.
COÖRDINATIE-ONTWIKKELINGSSTOORNIS
Volgens de DSM IV:
315.4 (F82) Coördinatieontwikkelingsstoornis (Developmental Coordination
Disorder)
a. De uitvoering van dagelijkse bezigheden, waarvoor coordinatie van de
motoriek vereist is, ligt aanzienlijk onder het te verwachten niveau dat
hoort bij de leeftijd en de gemeten intelligentie van betrokkene. Dit
kan tot uiting komen door duidelijke vertragingen in het bereiken van de
mijlpalen van de motorische ontwikkeling (Bijvoorbeeld lopen, kruipen,
zitten), dingen te laten vallen, onhandigheid, slechte schoolprestaties
of een slecht handschrift)
b. De stoornis van criterium A interfereert in significante mate met de
schoolresultaten of dagelijkse bezigheden.
c. De stoornis is niet het gevolg van een somatische aandoening
(bijvoorbeeld door de ziekte van Parkinson, hemiplegie of
spierdystrofie) en voldoet niet aan de criteria van een pervasieve
ontwikkelingsstoornis.
d. Indien er sprake is van zwakzinnigheid dan zijn de problemen
ernstiger dan die welke hierbij gewoonlijk horen.
(Developmental Coordination Disorder)
Ook gekend als : ONTWIKKELINGSDYSPRAXIE
WAT
IS D.C.D.
?
Problemen met het uitvoeren van motorische taken in het algemene
dagelijkse leven en bij schoolse vaardigheden, zonder specifieke of
ernstige neurologische aandoening. DCD is geen homogene aandoening.
WAT
IS DYSPRAXIE ? Problemen met de
organisatie van de beweging. Nevenproblemen kunnen er zijn op gebied van
taal-spraak-articulatie, waarneming en organisatie van het denken.
ANDERE BENAMINGEN:
Clumsy Child Syndrome (het onhandige kind), Minimal Brain Dysfunction
(minimale hersenstoornis).
BEWEGING: Vaardigheden van de
grote en/of fijne motorische activiteiten zijn moeilijker aan te leren
dan verwacht, ze worden minder goed gegeneraliseerd en worden aarzelend
en onhandig uitgevoerd.
TAAL:
Soms problemen met articulatie, bepaalde lettervolgorde en vloeiendheid
bij het spreken.
WAARNEMING: Is van sommige
zintuigen beperkter dan normaal, waardoor de voor-informatie, nodig voor
een activiteit, minder goed is.
DENKEN: Problemen zijn er in
planning en organisatie, tijdsgebonden denken, denken met ruimtelijke
verhouding-en, enz…
OORZAKEN: Er is geen eenduidige
oorzaak van deze stoornis aan te wijzen. Men vermoedt eerder een
onrijpheid in de verbinding tussen zenuwcellen dan wel een
hersen-beschadiging. Deze kinderen hebben geen opvallende klinisch
neurologische afwijkingen.
Bron: 1998
www.orthopedagogiek.com & 2006
www.dyspraxie.nl
DCD diagnostiek
Diagnostiek
- Arts, specialist bekijken of er sprake is van een neurologische
aandoening.
- Inventarisatie van motorische problemen. (grove- en fijne motoriek)
- Diagnostiek van cognitieve vaardigheden. (Wisc III
2002 NL)
- Diagnostiek van persoonlijkheidsaspecten. (PMT-k,
CBLC, NPV-J)
- Assessement is gericht op de vraag waarom het kind een bepaalde
vaardigheid niet kan uitvoeren. (proces gericht onderzoek naar de verstoorde
taakuitvoering)
Vragen ten behoeve van de diagnostiek van DCD
- Zijn de criteria van de DSM IV van toepassing.
- Zijn er opvallendheden in de motoriek van het kind.
- Zijn de problemen met de spraak.
- Zijn er familieleden met DCD.
- Heeft het kind fysiotherapie of logopedie gehad.
- Hoe is het zelfbeeld van het kind.
- Is er sprake van faalangst.
- Hoe stelt het kind zich op in sociale situaties.
- Heeft het kind behoefte om met andere kinderen te spelen of te werken.
- Is er sprake van andere rijpingsstoornissen.
- Is er sprake van leerstoornissen.
- Zijn er omstandigheden die het gedrag van het kind verklaren.
Testen
Normreferenced- en citeriumreferenced tests.
- Normreferenced: vergelijk met een referentiegroep
- Criteriureferenced: vergelijk met een eerdere geleverde prestatie van het
kind.
Screeningsinstrumenten
- De Groninger Motoriek observatielijst GMO (van Dellen en Kalverboer 1990)
- Checklist van de movement assessement Battery for children (Movement
ABC, Henderson and Sugden 1992)
Niveautests.
- Het niveau qua motoriek wordt vastgesteld in vergelijking met
leeftijdsgenoten.
- Klinische exploratie van de motoriek. (ontstaan van een motorisch profiel)
- Bayley ontwikkelingsschalen. (BOS 1983)
- Smrkovsky (1983)
- Oseretsky test (1978)
- Algemene bewegingscoördinatie test (ABC Wiegersma 1980)
- Movement assessement Battery for children (Movement ABC, Henderson and
Sugden 1992)
Diagnostische tests
Deze tests gaan meestal samen met een behandelprogramma.
- SCSIT (Southern California Sensory Intergration test) Jayres
Vagen vanuit
www.dyspraxie.nl
Ouders komen veel
problemen tegen bij de opvoeding van een kind met dyspraxie. Op deze
pagina willen wij een aantal praktische tips en ervaringen opnemen.
Uw bijdrage is daarbij van harte welkom. Vragen die wij graag beantwoord
zien zijn:
Wie heeft informatie
over sociale vaardigheidstrainingen?
Bron: www.dyspraxie.nl email
adres: info@dyspraxie.nl |